Arm Vlaanderen
Wie elke dag de krant leest voelt weleens de haren te berge rijzen. Het gaat niet goed met ons en met de wereld, lees je dan. Het zijn tijden van polarisering, crisissen en oorlogen. Vooral verwarrende tijden. Verwarrend! Zo verwarrend dat we eigenlijk niet weten wat we daarmee bedoelen. Het goede nieuws is dat er een remedie is tegen al dat onheil: af en toe eens een geschiedenisboek doorbladeren. Dan overvalt je het bedwelmende gevoel dat de 21ste eeuw in Europa – hou je vast – best een prima plaats is om te vertoeven, eigenlijk de beste tot dusver. Niemand illustreert dat beter dan Maarten Van Ginderachter met zijn meesterwerk ‘Arm Vlaanderen’.
Het boek heeft het uiteraard over Europa, maar springt twee eeuwen achteruit, naar de 19de eeuw. Vlaanderen werd toen geteisterd door crisissen die we ons vandaag niet meer kunnen inbeelden: hongersnoden, malaria, cholera, kinderarbeid en extreme armoede. Ellende bovenop ellende. (Gek genoeg omschreef niemand dat toen als ‘verwarrend’.) We kennen dat verhaal, maar Van Ginderachter weet het prachtig te verweven met een wereldwijde geschiedenis. Vlaanderen was geen eiland op zich, maar moest het gewicht van de ontluikende globalisering op zijn rug torsen en kwam in een spiraal naar de bodem terecht. Lonen kelderden door buitenlandse concurrenten, industrieën verdwenen en het platteland liep leeg. De globalisering belandde op ons bord en naast ons in het sterfbed: een verwoestende aardappelplaag hebben we te danken aan import uit de VS.
Het romantisch ideaal van de 19de-eeuwse Vlaming - ‘Arm, maar proper’ - mag naar de prullenmand. Dat bewijst het verhaal van de verwoestende voedselrellen in Brugge van 1847. Uitgehongerd gepeupel bestormde een bakkerij net buiten de stad en plunderde de boel tot de laatste kruimel. De stad moest de poorten sluiten voor de hongerlijders om erger te voorkomen. Het is allemaal indrukwekkend beschreven.
Jammer is dat in ‘Arm Vlaanderen’ de economie en sociaaleconomische verhoudingen de grote (en zowat enige) motor van de geschiedenis zijn. Het totale gebrek aan een geschiedenis van mensen en ideeën is ietwat vervelend, maar het is de kniesoor die daarop let. Het was een tijdperk van ellende, maar de lezer blijft niet met ellende achter.