De potloodstreepjes van Ann De Bie – Dit was Lees Meer!
Drie keer per jaar kan je in het Concertgebouw door de organisatie van Openbare Bibliotheek Brugge genieten van Lees Meer!, een literaire zondagochtend die telkens drie fenomenale auteurs naar Brugge haalt. Redactielid Charlotte Hardeman was aanwezig en geeft je graag haar indruk van deze editie met Jeroen Olyslaegers, Saskia de Coster en Tijl Nuyts.
Een auteur een tekstfragment laten voorlezen is één ding, maar er zelf eentje uitkiezen en afbakenen, getuigt van een frisse, gerichte aanpak. Eentje ook die het publiek meteen de roman binnentrekt, zeker als dat gebeurt met het sonore stemgeluid van Tijl Nuyts, die hier voor het eerst verscheen als romanschrijver - zijn debuut werd meteen gekatapulteerd naar de longlist van de Boon Literatuurprijs. De andere twee auteurs waren voor Brugge Leest ‘vaste gasten’, ook hun voorleesbeurt werd sterk gesmaakt.
Wie van poëzie houdt, kende Nuyts wellicht al, want ook daar kaapte hij al prijzen en nominaties weg. Poëzie is voor hem een vrijplaats waar je naar hartenlust kan spelen met de taal. Maar voor Grondwerk had hij een verhaal nodig, eentje waarin hij zijn verbeeldingskracht kon loslaten. De protagonist is dan ook niemand minder dan… een naakte molrat. Toen een vriend hem op café een fotootje toonde van deze gerimpelde ‘naakte vinger’ met twee grote snijtanden, sloeg zijn afschuw algauw om in fascinatie, en werd het een plezier om zich in de leefwereld van dit kleine wezentje te proberen te verplaatsen. Het diertje leeft samen met haar kolonie onder het Vaderlandsplein in Brussel, waar ook Nuyts woont. In de ondergrondse wereld van molratten staan collectiviteit en zorg centraal. Aan het hoofd staat een koningin, er is een rolverdeling, een nestkamer en ze houden workshops over de mensenwereld daarboven. Andere kolonies blijven maar best uit elkaars buurt. De molrat uit het verhaal wacht - dik tegen haar zin, want wie wil nu vanuit de Hoorn van Afrika worden uitgestuurd naar een uithoek als Europa? - op een briefing, want er is sprake van ‘een Plan’. Tijdens het lange wachten ondergraaft ze dan maar de Europese hoofdstad, waardoor er, onbedoeld, zinkgaten en kleine instortingen ontstaan. Wanneer ze af en toe bovengronds de kop opsteekt, krijgt ze contact met een homo sapiens, op een bankje op het plein. In hun gesprekken ontdekken ze wat ze delen: het besef dat de wereld in brand staat, dat we op een muur afstevenen. Dit is meteen de ‘grond’ van waaruit deze roman is geschreven: de bekommernis dat we iets moeten ondernemen tegen wat misloopt, de klimaatcrisis op kop. Het kan anders, maar dan moeten de juiste keuzes gemaakt worden. Is een vorm van afbraak van ‘the powers that be’ toegelaten? Of gaat het beter vredelievend? Ook bij de molratten woeden daar hevige discussies rond. Wat zeker is: we moeten ons verenigen, mogen ons als soort niet uit elkaar laten spelen. De molrattensamenleving copypasten? Dat ook weer niet, maar wie weet kunnen we ons door hen wel laten inspireren.
Daarna was het de beurt aan Saskia de Coster. De laatste sessie zou al haar dertiende product zijn, maar dat wil daarom niet zeggen dat een roman zomaar uit haar mouw rolt. De Coster schrijft aan veel versies tegelijk en het idee dat een verhaal op een bepaald moment echt helemaal ‘af’ is, vindt ze een illusie. De waarheid is prozaïscher: de deadline van de uitgeverij bepaalt het einde van het werkproces, maar net daardoor begint het schrijven ook te stromen.
Het opzet van De laatste sessie is ietwat ongewoon: waar in een therapiesessie doorgaans de cliënt centraal staat, is ook de therapeute Sophie hier een van de hoofdpersonages. Zo krijg je zicht op de unieke relatie tussen beide. ‘In order to live we tell ourselves stories’, schreef Joan Dideon. De therapeut zwijgt en luistert, kruipt in het verhaal van de cliënt, volgt rode draden. Samen gaan ze een verbinding aan, banen ze zich een weg doorheen de verwarring, openen ze ‘het vat vol pijn’. In de therapiekamer doet de tijd wat hij wil.
Voor Christine, de cliënte, betekent dat een terugkeer naar een verliefdheid op een mysterieuze overbuurvrouw, die 25 jaar geleden begon als een vriendschapscrush, maar onfortuinlijk eindigde. Mensen laten zich nu eenmaal meeslepen in foute relaties, en wat je toen zo graag wou, hangt later als een molensteen rond je nek. Was ik maar… had ik maar, het achterafperspectief kan jaren later nog blijven malen, en dan moet je je verhaal kwijt, ga je op zoek naar verlossing. Therapie als moderne variant van de biechtstoel? Met dat verschil dat de schuld hier niet in één trek wordt ‘vereffend’. In de roman haakt de persoonlijke geschiedenis van Christine zich ook vast aan de grote wereldgeschiedenis, o.a. de aanslagen van 9/11. Ook tussen die twee is er volgens de schrijfster een wisselwerking.
De Coster heeft lak gekregen aan meningen – met het schrijven van columns is ze gestopt. Momenteel werkt ze op twee sporen: langere essays waarin ze focust op slachtoffers en daders, op zoek naar hun common ground. Ook schrijft ze aan een nieuwe roman over hoe we als mensen met elkaar omgaan, en hoe AI daarin een rol speelt. En wat dat wereldtoneel betreft, het interview eindigde met een staaltje wishful thinking: was Trump ooit in therapie geweest, dan… zou de wereld er nu heel anders uitzien.
Jeroen Olyslaegers van zijn kant waande zich even beoordeeld door ‘rechtvaardige rechters’ toen hij de tot de nok toe gevulde Kamermuziekzaal inkeek. Hij kwam vertellen over zijn laatste roman De wonderen. Zijn W-boeken, zo noemt hij ze, ‘praten nog altijd met elkaar.’ Alle gaan ze over een ‘wij’ en een ‘gij niet dus’. Over in-en uitsluiting. De setting is zoals gewoonlijk Antwerpen, ditmaal in de 19de eeuw, toen zijn stad bezeten was door geld, de welvaart bepaald werd door een kleine elite en de kunstenaars gingen lopen omwille van het conservatisme. Centraal staan Amandine en Ambroos, twee kinderen uit een kille bankiersfamilie, op hun manier twee ‘ontsnappingsartiesten’ uit die heel onvrije wereld. Tekenend voor hoe levens toen werden ‘gecodeerd’ was het balboekje: daarin verschenen naam, status, beroep, zowat alles waarmee men het kapitaal van de familie kon beschermen, in een stad waarin het toen economisch niet zo goed ging. Amandine onderneemt verschillende pogingen om haar verlangen naar vrijheid vorm te geven: ze spiegelt zich aan een outsider in de familie, de warmbloedige tante Bella, ze neemt een minnaar, en legt zich toe op spiritistische séances, toen heel populair. Spiritisme, zo vertelt Olyslaegers - ontstond in de Verenigde Staten, toen men de geesten van gesneuvelden in de burgeroorlog probeerde op te roepen. Die mediums waren vooral vrouwen, die toen voor het eerst in het openbaar mochten spreken. Dat gaf aan het spiritisme een emancipatorische rol. Ook wanneer het naar Europa overwaaide, bleef het verbonden met voorvechters van vrouwenrechten, anarchisten en socialisten.
Ook voor deze roman deed Olyslaegers aan research: wat was de rol van die Antwerpse bankiers in de koloniale periode? Leopold II vroeg hen om geld om zijn avontuur in Congo te bekostigen. Twee investeringsmaatschappijen werden opgericht, met maar één doel: hoe zo snel mogelijk steenrijk worden. De uitvinding van de rubberen band was voor hen de perfecte window of opportunity: de wilde exploitatie van rubber - geen plantages, maar er in de bomen naar klauteren - kon beginnen, met alle geweld vandien. Ook uit de Wereldexpo van 1894 bleek dat Congo de plaats was waar de toekomst lag. Tegen de Eerste Wereldoorlog waren er al 32 investeringsbanken en was de winst zomaar eventjes vertienvoudigd.
Jeroen Olyslaegers leest naar eigen zeggen zelf een boek nooit helemaal: hij is een varken op zoek naar truffels, en als hij die gevonden heeft, stopt het lezen. Ik mag hopen dat de toehoorders dat voorbeeld niet volgen, daar waren deze interviews te wervend voor. En de speurneus die de boeken nog niet las, kan meteen op zoek naar waar Ann De Bie haar potloodstreepjes zette. In willekeurige volgorde was dat na ‘ze is de kamer uitgevlucht,’ ‘alleen’ en ‘ware moeder, vrouwelijk dier’!
Tekst: Charlotte Hardeman
Foto's: Dieter Tanghe