De beginzin is een voltreffer. Nu het boek nog?
Mislukt zijn als ouder, zoon, minnaar, ga er maar eens voor staan. Dimitri Verhulst doet het met de bravoure hem eigen. Zo verwoed als hij zijn lichaam schoonhoudt, zo rekent Eric Vinck, de hoofdpersoon, af met relicten uit het verleden die aan hem zijn blijven kleven: zijn moeder, die van hem een ‘hoerenjong’ maakte en hem in de steek liet. Zijn zoon die heeft hem uitgewist. Zijn halfbroer kent hij niet. Maar wat het meeste snijdt, is zijn geliefde die na vier jaar samen is gaan lopen. Daar mildert hij zijn toon, want hij verdient ze, die liefdeloosheid. En geluk, dat is een voorbijgaande illusie - enkel zijn ene grootmoedertje draagt hij in het hart. Met de Noordzee als decor, magnetronmaaltijden en drank uit flessen met schroefdop houdt hij zich overeind. En met zijn piano.
Het leven van de man mag dan al in een impasse verkeren, zijn hoofd staat niet stil. De input van schrijvers, muzikanten, filosofen laat zich te volle horen. Allerlei observaties, herinneringen, gedachten, fait divers, rollen over elkaar: niets hangt aaneen in deze roman, het is na elke zin weer schakelen. Met sardonisch genoegen schopt hij ook tegen alles wat ruikt naar hypocrisie, dwaasheid of onrechtvaardigheid. Maar al is de toon grimmig, soms kun je een monkellachje moeilijk verbergen.En er is ook lichtheid, door de gevatheid, de grandioze zelfspot, de gekke associaties, de goedgemikte herhalingen.
Toch raakt deze roman ook. Er is de oprechte verontwaardiging om wat fout gaat in de wereld. De strijd tussen zelfliefde en zelfhaat. De verlorenheid wanneer de rest van je leven een verhaal lijkt zonder plot. De triomf om je uiteindelijk toch niet in de vernieling te rijden.
En ... die pracht van een beginzin natuurlijk. Die vat zowat het hele boek samen.
Synopsis
Een man probeert door dagelijks pianospelen zijn echtscheiding te verdringen, maar in plaats van in vergetelheid te raken, worden de herinneringen per noot sterker.