Een boek dat verlangen ademt.
De zestienjarige James leeft een eenzaam bestaan in Thornmere, een Iers dorp waar weinig te beleven valt. Hij heeft geen vrienden en thuis gaat veel aandacht naar zijn zieke broertje. Gevangen in zijn eigen stille wereld, fantaseert hij over een ander bestaan.
Dan raakt hij helemaal in de ban van Luke, een vlotte jongen met een geheimzinnig verleden die tijdelijk intrekt bij een gezin in het dorp. Tegen zijn verwachtingen in, lijkt Luke zijn gezelschap wel te waarderen. Voor James breekt een tijd aan waarin hij, heen en weer geslingerd tussen twijfel en hoop, balanceert op de rand tussen een vriendschap die hij niet wil verliezen en een liefde die hij graag beantwoord ziet.
Dat jaar schroeide de volwassenheid door me heen – het maakte me wild, en er waren dagen dat ik me gekooid voelde. Luke was één langgerekt droombeeld in mijn hoofd, en ik betrapte mezelf erop dat ik afdreef op visioenen van hem en voor me uit kon zitten glimlachen wanneer ik me zijn stem of de aanraking van zijn hand tegen de mijne herinnerde. Het was niet alleen dat hij mooi was – het was dat hij in mijn leven een mogelijkheid leek te hebben opgewekt. Onder het oppervlak ging bij hem een kwetsbaarheid schuil, waarop ik, voelde ik, kon rekenen, als ik er maar toegang toe kreeg.
Zelden las ik zo’n mooi en teder coming of age-verhaal als Hemel, open u, het romandebuut van Seán Hewitt. Het boek ademt verlangen. De innerlijke strijd van James als verlegen tiener, zijn wens om gezien en geliefkoosd te worden, de pijn die hij ervaart, het onderlinge respect en de genegenheid tussen beide jongens... Het komt allemaal heel geloofwaardig over. Een bijzondere bijrol is weggelegd voor de natuur, die sfeervol beschreven wordt en het verhaal een filmisch karakter geeft.
Spring op de fiets, maak een tochtje tussen de velden, nestel je met het boek in de zachte grasberm langs een beek of kanaal en fluister zachtjes: “Hemel, open u”.