Als een pad een passie wordt.
Drie paleontologen ondernemen samen met een plaatselijke gids een expeditie naar de bergen, ergens tussen Frankrijk en Italië. Stan, een vijftiger en het hoofdpersonage, denkt dat er in een gletjser een skelet van een dinosauriër bevroren zit en wil die kost wat kost gaan ontdekken. De tocht begint in de warme julimaand en eindigt in de barre winter. De drie, hoe verschillend ze ook zijn, vormen een kleine wereld op zich: leven in tenten, op gedroogd vlees en fruit, klimpartijen aangaan, ijs kappen,... En dat is dan nog zonder de hoofdrolspeler gerekend: de natuur, die zich in al haar kracht en ongerepte schoonheid, maar ook haar meedogenloosheid laat kennen.
Andrea laat de lezer echt met het trio meereizen. Je volgt de evolutie van de groepsdynamiek - die onder de druk van de omstandigheden voortdurend wijzigt - en je duimt dat ze hun doel bereiken. Tussendoor duikt de schrijver ook, via goed gedoseerde flashbacks, dieper in de ziel van het hoofdpersonage en laat ons ontdekken waarom er voor hem zoveel afhangt van deze expeditie.
Deze roman is echt een pareltje, er zit zoveel schoonheid in: de weergaloze natuur, het menselijk streven en falen, en niet te vergeten, … de taal. Die is op de juiste plaatsen aftastend, precies, beeldend, origineel.
Synopsis
Een paleontoloog onderneemt een expeditie in de bergen om een dinosaurusskelet te vinden. De ontberingen van de zoektocht blijken een kans om in de oorsprong van de mensheid te duiken.