'Non parlo' is een roman met een heel eigen stem
In de intro van deze roman laat Liz, het hoofdpersonage, ons meekijken naar drie foto’s, waarvan er één moet dienen als omslag voor haar boek. Als in een filmgeneriek zien we de personages passeren die de roman zullen bevolken. We krijgen ook loshangende stukjes voorgeschiedenis. Onze leeslust is meteen geprikkeld!
Liz is literatuurdocente en om wat te bekomen van de plotse dood van haar man verblijft ze in een hersteloord aan de Belgische kust. Daar wordt ze bediend door een aantrekkelijke Italiaanse kelner. En voor je denkt in een Lady Chatterley’s Lover - scenario te zijn beland: Nino is kunstrestaurator van beroep. Er hangt wel meteen een soort erotische spanning in de lucht, en als blijkt dat beiden een voorliefde delen voor de Italiaanse renaissance, vergezelt hij haar naar het vakantiehuis in het schilderachtige Toscane, dat ze al eerder had geboekt. Van daaruit bezoeken ze ook Firenze, om zich nadien voor langere tijd te vestigen in Milaan, waar we Nino als restaurateur aan het werk zien aan Het Laatste Avondmaal van Leonardo Da Vinci. Dit is meteen een forte van Mathilde Van Deynse: haar personages blijven geen houten klazen, maar krijgen vlees aan het lijf. Ze maakt de lezer ook maar wat graag deelgenoot van haar kennis van kunst en cultuur. De escapade van Liz belooft ons trouwens het hele verhaal lang in de ban te houden: kan dit avontuur met deze knappe, kunstzinnige, veel jongere Italiaan werkelijk tot iets leiden? Liz is alvast klaar voor een sprong uit haar gekooide bestaan.
Nog iets waar de auteur goed weg mee weet: breng interessante personages samen en de ideeën spatten van de pagina’s. Nino weet alles over de juiste pigmenten en Jesse is evolutiebioloog. Met Andreas, een fysicus en vroeger lief, deelt ze een verleden als milieuactiviste. Beide oude studievrienden duiken na de dood van haar man weer op, maar meer dan haar flankeren mogen ze niet: Liz baant vanaf nu haar eigen weg, al gaat dat gepaard met de nodige innerlijke strijd.
Een verleden laat zich inderdaad niet zomaar opruimen. Een verontrustende brief van een vriend van haar man doet haar afreizen naar Düsseldorf, bepaalde knopen moeten worden ontward. Een overstroming van de Leie roept haar naar huis: haar landhuis stond pal in het rampgebied – een streep door de rekening van haar zoon Ilias. Ook haar leven in Italië blijkt minder idyllisch dan ze had gedroomd: in de buurt van haar vakantiehuis is de ecomaffia actief en wordt toxisch afval geloosd. De broer van Nino en buurman Gianni lijken daarbij betrokken.
De verwikkelingen gaan dus alle kanten op, maar de auteur houdt ze knap samen, want één thema klopt door alles heen: het ‘non parlo’. Voortdurend plaatst ze haar personages voor hetzelfde dilemma: is het beter te spreken of te zwijgen? Stel je lastige vragen als je daar alle reden toe hebt of houd je de tanden op elkaar? Blijf je trouw aan je principes of trek je aan de alarmbel als je onraad ruikt? En wat doet dat allemaal met je relaties, je gemoedsrust, je geweten …?
De schrijfstijl van Mathilde Van Deynse is al even zwierig als de dansmoves die Liz met haar partner ten beste geeft. Haar beschrijvingen zijn nu eens puntig, dan weer sfeervol. De intellectuele input van de personages zit de naturel van de dialogen wel eens in de weg, maar het gebruik van het zangerige Italiaans in de conversaties met Nino doet dan weer net het omgekeerde. Sporadisch duiken ook vintage woorden op als allengs, bedsponde – je hebt een voorliefde voor de renaissance of je hebt die niet.
Op het einde pakt de auteur uit met een onverwachte wending, die nieuwe perspectieven biedt voor het landhuis en de hoofdpersonages. Maar daarmee is de zoektocht van Liz - en die van de lezer - nog niet ten einde. Zoals Nino geduldig lagen moet wegschrapen om tot de oorspronkelijke tekening van Da Vinci te komen, zo zou een mens ook de tijd terug willen draaien. Maar kan dat, een terugkeer naar een ongerept begin, in de natuur of in een mensenleven? En kunnen we iemand ooit echt kennen?
Ook hierom blijft deze roman resoneren: altijd opnieuw staan we voor keuzes. We maken ze onbezonnen of weloverwogen, halfslachtig of kordaat. Heel soms plant iemand een mijlpaal. En daar willen wij dan graag over lezen.