Verhalenkorf uit de onderbuik van Europa
Nieuwsgierig begon ik aan het lijvige debuut van Safae el Khannoussie dat inmiddels verscheidene literaire prijzen gewonnen had en overal bejubeld werd… of toch bijna overal , want ik was ook gewaarschuwd door enkele kritische stemmen “dat het toch wel doorbijten en moeilijk was”…
Het begin (de proloog) is overweldigend mooi geschreven. Ik was direct meegetrokken in het verhaal door de fantastische schrijfstijl. Safae kan prachtige zinnen uit haar pen toveren. Ze kan sfeer scheppen en personages raak beschrijven. Ze kruipt in het hoofd en onder de huid van haar personages die allemaal ronddolen met een zware “rugzak” uit hun verleden. Het zijn vooral migranten uit Tunesië en Marokko die in Europa terecht gekomen zijn en hier proberen te overleven.
De eerste hoofdstukken zijn ook inhoudelijk boeiend. Een meisje komt in het huis terecht van een kunstenares en ontdekt in de kelder vreemde, angstaanjagende schilderijen. De kunstenares, Salomé Abergel, is op mysterieuze wijze verdwenen en niemand weet waar ze is. Dan komen enkele telefoontjes en omzwervingen in Amsterdam en maken we kennis met nieuwe personages , drugsverslaafden of alcoholverslaafden die elkaar vinden in coffeeshops of cafés . Het zijn allemaal eenzame, ongelukkige mensen, vaak met psychische problemen. De meesten spelen geen verdere rol in de roman en de verhalen die ze uitwisselen staan ook los van het hoofdverhaal.
Dan zitten we plots in Parijs in Le Souterrain, een hotel-café uitgebaat door de zoon van Salomé Abergel. We krijgen weer nieuwe personages (veel namen!) en verhalen voorgeschoteld . Geleidelijk komen we meer te weten over het verleden van Salomé. De auteur maakt het ons niet gemakkelijk om de draad van de roman te volgen door de vele uitweidingen en wisselende vertellers. Zo zijn er bv telefoongesprekken waarin een heel verhaal verteld wordt of zitten we plots in een vreemde angstdroom van een personage.
In het tweede deel zitten we in het hoofd van Yousef Slaoui , één van de beulen van Salomé. We krijgen nu het gruwelijke verleden van de gevangenissen in Marokko vanuit zijn standpunt. Hij is ongeneeslijk ziek . Zijn fysieke en psychische aftakeling wordt heel goed beschreven. Hij herkent de gevierde kunstenares Salomé A. op de tv en voelt zich aangetrokken om haar op te zoeken…
En zo komen na veel uitweidingen en omzwervingen de belangrijkste personages en verhaaldraden toch samen in het derde en vierde deel. Het laatste deel (fragmenten uit de “angstcahiers” onder de titel “Coda” ) lijkt me eerder verwarrend en moeilijk. Oroppa blijkt vooral een continent van angst , depressie en traumaverwerking te zijn. Lichtpuntjes zijn de vriendschappen en de verbondenheid tussen lotgenoten. Zo laat de schrijfster ons achter met veel stof tot nadenken …
Een goede raad voor de lezer: zorg dat je de tijd en concentratie hebt om hele stukken door te lezen zonder onderbreking. Dan verlies je hopelijk de draad niet en blijft het een schitterende leeservaring.
Synopsis
Een meisje ontdekt schilderijen van een verdwenen vrouw in de kelder van haar huis in de Rivierenbuurt. Haar verhaal is verweven met de levens van mensen aan de rand van de samenleving, van Amsterdam tot Tunis, die een bestaan proberen op te bouwen of weigeren nog deel te nemen aan het systeem.