Bart Madou
Leestip van Bart Madou
… cortesia, een bepaalde 'hoffelijkheid' die je moet opbrengen bij het lezen van een boek. (G. Steiner)

De ongepaardste van alle ongepaarden

25 september 2025

Vuur, water, aarde, lucht … de vier elementen zijn ook de titels van de vier delen van Florian Illies’ (°1971) levensbeschrijving van de romantische schilder Caspar David Friedrich, en zoals enigszins te verwachten een nogal romantische levensbeschrijving, in vrij korte stukjes gehakt, waartussen de beschrijving van het lot van zijn schilderijen, van toen tot nu … Een procedé dat mijns inziens heel goed werkt, zodat het boek leest als een … (vul zelf maar in)

VUUR

Het boek begint met het verhaal van het onbrandbaar geachte Glaspalast in München – men vond het zelfs niet nodig een brandverzekering af te sluiten – dat op 6 juni 1931 in de vlammen opgaat en samen met het gebouw alle schilderijen van de tentoonstelling Werken van Duitse romantici. De hoogmoed van de Titanic op het vasteland. Bij die werken ook negen schilderijen van Caspar David Friedrich, waaronder zijn lievelingswerk Abendstunde, waarop hij zijn vrouw Line en zijn dochter Emma afgebeeld had. Friedrich uit Pommeren, en daarom vaak de Pommer genoemd, was een zeer introverte man en een schilder die er niet in slaagde naar levend model te schilderen. Zijn collega-student aan de academie, de latere landschapsschilder Johann Joachim Faber, zei tegen hem: ‘Jij bent de grootste naakttekenaar, de langste bedoel ik.’ En dat het nu juist die wat uitgerekte silhouetten van mensen geweest zijn die zowat het handelsmerk van Friedrich geworden zijn. Noch zijn tekeningen, noch zijn schilderijen hadden tijdens Friedrichs leven enig succes, pas bij het begin van de XXste eeuw werden zijn werken door kunstverzamelaars en musea gewaardeerd en gegeerd.

Opvallend van deze door vuur geobsedeerde man - maar er doodsbang voor - zijn vooral zijn land- en ‘stadschappen’ en de vele branden die in zijn werk voorkomen, sommigen zouden zelfs profetisch genoemd kunnen worden, zo bijvoorbeeld zijn Ansicht der Stadt Neubrandenburg bei Sonnenuntergang und einer Feuersbrunst uit 1840, de stad van zijn vader en moeder, waar het tijdens Friedrichs leven nooit gebrand heeft, tot het Rode Leger in april 1945 de stad bereikte en die volledig in de as legde.

Het va-et-vient van verschillende van zijn schilderijen vormt haast een thriller op zich. Enkele zeldzame verzamelaars of verzamelaarsters zagen wel iets in het werk van Friedrich. Neem nu de adellijke verzamelaarster - eerst even ademhalen – Mathilde Marie Auguste Viktorie Leopoldine Karoline Luise Franziska Josepha von Östereich-Toskana. Op 14 januari 1911 vat de kerstboom in de salon van haar Taschenbergpalais vuur en zet alles in lichterlaaie. Samen met een twintigtal kostbare schilderijen gaan ook twee Friedrichs in de vlammen op.

Misschien nog even vermelden dat Walt Disney voor zijn tekenfilm Bambi – het gelijknamige verhaal van Felix Salten hem trouwens door Thomas Mann aangeraden - voor de achtergronden de schilderijen Morgennebel in Gebirge en Felsenschlucht (dit laatste als Bambi op de vlucht is voor het brandende bos!) heeft gebruikt.

En ja, in 1815 schildert Caspar David Friedrich een klein doek met een spectaculaire, flakkerende hemel. Pas later begrijpt men dat dit fenomeen werd veroorzaakt door de uitbarsting van de vulkaan Tambora in Indonesië op 15 april 1815; een jaar lang heeft het toen onophoudelijk geregend in Europa, het was een jaar zonder zomer, met misoogsten en hongersnood, een wereldwijde klimaatverandering.

WATER

Caspar David Friedrich was een kind van het water. Hij werd geboren in Greifswald, een havenstadje aan de Oostzee, in zijn jeugd hield hij ervan lange wandelingen langs het strand van het eilandje Rügen te maken, en ook later, in Dresden, woonde hij al die jaren in de straat met een naam die er niet om liegt: ‘An der Elbe’, eerst zes jaar in nr. 27, daarna tien jaar ernaast in nr. 26 en, na zijn huwelijk met Line, tot aan zijn dood nog twintig jaar in ‘An der Elbe’ nr. 33.

Kurt Karl Eberlein, een rabiaat nationaalsocialist, zou Caspar David Friedrich, de schilder met de hemelsblauwe ogen, in zijn honderdste sterfjaar, in 1940, uitroepen tot het prototype van de Germaanse held. Eberlein deelde de kunst zelfs in volgens een soort Blut und Boden-systeem, hij had het over drie categorieën: kustkunst, vlaktekunst en bergkunst. Friedrich was voor hem ontegensprekelijk de koning van de kustkunst (ondanks zijn vele kerkhoftaferelen, berglandschappen enz.) Kustkunst hoorde bij het noordse ‘ras’. Punt. In zijn feesttoespraak bij de viering in Greifswald noemde Eberlein zijn held Friedrich zelfs ‘na Jezus, de tweede wederopstanding in het Avondland’. Er werd een standbeeld onthuld en de kranslegging moest gedaan worden door een echte blonde Friedrichdeutsche Walküre, waarbij men met veel moeite een actrice uit Hamburg wist te strikken. De viering kreeg nog een staartje: Anneliese Friedrich, een preutse en opvliegende violiste en de laatste nog levende achterkleindochter van Caspar David, had men niet uitgenodigd; zij was dodelijk beledigd en heeft dat ook laten merken. Anneliese was de dochter van Harald Friedrich, officieel een – hou u vast – ‘hoogleraar naakttekenen voor ingenieurs werktuigbouwkunde en elektrotechniek aan de T.U. van Hannover’. Anneliese vertelde trouwens alleen dat haar vader professor was. In 1977 overleed zij kinderloos, waarmee er een einde kwam aan de nazaten van Caspar David Friedrich.

Het waterkind Friedrich was van jongs af aan geobsedeerd door zeilschepen, zijn eerste schetsboeken stonden er vol van, vele van die schetsen verwerkte hij later tot een van zijn bekendste schilderijen, Ansicht eines Hafens. Wanneer dit schilderij in Berlijn tentoongesteld wordt en de melancholieke zoon van de Pruisische koning, kroonprins Friedrich Wilhelm IV dit schilderij ziet, is hij er helemaal weg van. Zijn vader koopt het terstond en zo prijkt de Hafen tot aan de dood van de kroonprins in zijn eetkamer. De kroonprins sterft kinderloos en al zijn bezittingen geraken links en rechts verspreid. Het schilderij van Friedrich verdwijnt, maar wordt ontdekt door een kunst liefhebbende ambtenaar in een vakantieoord voor ambtenaren. Terug naar Berlijn, maar in 1939, net voor het uitbreken van de oorlog, wordt het schilderij eerst overgebracht naar slot Babelsberg en in 1945 samen met de doodskisten van de Pruisische koningen naar de zoutmijn van Bernterode. Na de oorlog komt het terecht in het slot Charlottenhof in Potsdam, maar in 1996 wordt het door twee jonge inbrekers gestolen; die willen het werk verkopen, maar jammer voor hen aan de verkeerde persoon, een voormalig majoor van het ministerie voor Staatsveiligheid van de DDR die zich voordeed als kunstliefhebber. In ware gangsterstijl krijgen de dieven het bezoek van een hele horde politieauto’s en is hun liedje uitgezongen.

Wie eveneens gebiologeerd was door de duistere en soms lugubere landschappen van Friedrich, was Friedrich Wilhelm Murnau. Voor zijn huiveringwekkende film Nosferatu uit 1921 gebruikt Murnau scenes die exact gekopieerd zijn uit het beeldenrijk van Caspar David Friedrich. Een recensent schrijft zelfs dat hij met Nosferatu de eerste Friedrich-film heeft gezien.

Caspar David Friedrich is het ook gelukt kennis te maken met Goethe, al heeft hij zich wel een beetje aan de gestrenge Geheimrat uit Weimar mispakt. Goethe schreef elk jaar een prijsvraag uit voor kunstenaars die ’de geest van de oude Griekse idealen in hun kunst deden herleven’. De naïeve schilder Friedrich zendt twee tekeningen in, een visserspaar en een processie van monniken op het strand. En ook al hebben deze tekeningen niets met de antieke Griekse oudheid te maken, Friedrich wint de prijs. De ster van Friedrich rijst tot ongekende hoogten en hij stuurt nog verschillende schilderijen naar Weimar, illustreert ook een gedicht van Goethe, en hij denkt dat hij zowaar de persoonlijke vriend van Goethe geworden is, maar die laatste houdt de bromance af.

In de zomer van 1810 begint Friedrich wellicht aan zijn meest beklijvende schilderij: Mönch am Meer, monnik bij de zee. Hij blijft er maar aan werken, overschildert keer op keer wat hij de dag voordien geschilderd heeft. Het resultaat is dat het doek alleen maar een donkerder coloriet krijgt: strand, water, een eindeloze nachtelijke hemel en een kleine eenzame figuur, een monnik. In zijn boek verwoordt Florian Illies het zo: ‘Nooit eerder zijn het twijfelen aan God, de nietigheid van het individu en zijn eenzaamheid tegenover de oerkrachten van de natuur zo compromisloos uitgebeeld. (…) Het is de oerknal van de Romantiek’. Ook de suïcidale Heinrich Von Kleist is door de monnik bij de zee geraakt, hij noteert: ‘Niets ter wereld kan treuriger en onbehaaglijker zijn dan deze plek: het enige sprankje leven in het uitgestrekte rijk van de dood, het eenzame middelpunt in een eenzame cirkel. Het schilderij hangt daar als de Apocalyps.’

Robert Rosenblum noemt het schilderij in zijn standaardwerk Modern Painting and the Northern Romantic Tradition: Friedrich to Rothko het begin van de abstracte schilderkunst. Kroonprins Friedrich Wilhelm IV zal zijn vader er ook toe overhalen om het schilderij te kopen.

In 1818 arriveert in Dresden de jonge Noorse schilder Johan Christian Clausen Dahl, al vlug sluit hij vriendschap met Friedrich, de twee maken samen lange wandelingen langs de Elbe en om hun vriendschap te bevestigen maken ze beide een schilderij dat ze aan elkaar ten geschenke geven. Caspar schildert Zwei Männer in Betrachtung des Mondes, twee mannen bij het aanschouwen van de maan, beiden op de rug gezien. Na de dood van Dahl komt het schilderij in een museum in Dresden terecht, alwaar het al snel verdwijnt in het depot. In 1902 vraagt het kunsttijdschrift Der Kunstwart zich zelfs af: ‘Caspar David Friedrich, wie was dat?’ Vele lezers reageren vol ongeloof op die vraag, het schilderij komt weer naar boven en in 1937 bezoekt Samuel Becket Dresden, ziet het schilderij en noemt het ‘de enige nog aanvaardbare vorm van de Romantiek: alles in mineur.’ In 1970 onthult Becket in een interview: ‘This was the source for Waiting for Godot

Maar net als vele andere doeken van Friedrich wordt ook Zwei Männer in Betrachtung des Mondes tijdens WO II in veiligheid gebracht, samen met o.m. de Sixtijnse madonna van Rafaël en vele andere. Als het Rode leger arriveert, wordt wel de madonna van Rafaël meegenomen, maar niet het werk van Friedrich.

AARDE

Over de relatie van Caspar David Friedrich met de aarde is er duidelijk minder te vertellen, hoewel tal van schilderijen wel getuigen van zijn affiniteit met de aarde, denk maar aan zijn berglandschappen, zijn rotsenformaties, zijn talrijke bosgezichten…

Een schilderij vraagt wel meer aandacht, ook al omdat het zo controversieel gebleken is, het is zijn Kreidefelsen auf Rügen, zijn krijtrotsen op het eiland Rügen. Vanop de rand van een ravijn met een kromgegroeide boom op de voorgrond, krijgen wij een uitzicht op een stukje Oostzee met ervoor grillige krijtrotsen. Er staan ook drie menselijke figuren vooraan: links zit een vrouw, in het rood gekleed, tussen de veldbloemen; in het midden een man die zijn hoed heeft afgezet, hij kruipt tot aan de rand van de afgrond, en rechts tegen de boom een man in het groen, die in de verte kijkt. Over de vraag wie deze mensen zouden kunnen zijn, zijn intussen boeken en artikels vol geschreven, trouwens ook over wie de maker van dit schilderij was. Begin XXste eeuw maakt de wilde landschapsschilder Carl Blechen furore. In 1903 wordt in een Berlijns veilinghuis het schilderij ‘Krijtrotsen bij Stubbenkammer op Rügen met uitzicht op zee’ van Carl Blechen aangeboden. De Duits-Joodse verzamelaar Julius Freund, een Blechen-verzamelaar, koopt het en hangt het thuis bij hem op, eerst in zijn salon, dan in de kinderkamer. Daar overleeft het de Eerste Wereldoorlog. In 1920 krijgt Freund het bezoek van de kunsthistoricus Guido Joseph Kern, aan wie hij zijn collectie laat zien. Ze gaan ook naar de kinderkamer en daar valt Kern zowat flauw bij het zien van het schilderij boven het bed van dochter Gisela. Als dat geen echte Friedrich is! (En ja, Friedrich signeerde nooit zijn schilderijen). In 1930 verkoopt Freund zijn krijtrotsen aan een verzamelaar uit Winterthur en behoedt het werk zo voor vernietiging. Dochter Gisela wijkt uit naar Frankrijk, noemt zich daar Gisèle en wordt een beroemde fotograaf. Op de vraag vanwaar ze afkomstig is, antwoordt ze steevast: ‘Ik ben opgegroeid onder de krijtrotsen van Rügen.’

In de zomer van 1813 staat de duivel voor de poorten van Dresden. De duivel is volgens de in God gelovende patriot Friedrich een klein en forsgebouwd mannetje uit Corsica dat Frans spreekt, hij heet Napoleon. Caspar vlucht holderdebolder stroomopwaarts langs de Elbe naar het dorpje Krippen. Maar tijdens een korte wapenstilstand vaart Napoleon met drie officieren stroomopwaarts de Elbe op en gaat uitgerekend in Krippen aan wal. Friedrich ziet de antichrist in persoon voor zijn raam passeren en besterft het zowat, het enige wat hij kan doen is krampachtig beginnen tekenen, onder zijn tekeningen zet hij slechts dat ene woord: ‘ziek’.

LUCHT

Voor Caspar David Friedrich was de lucht iets heiligs en je mag dat erg letterlijk nemen. Bij hem was het in zijn atelier altijd opendeurdag, bezoekers mochten op elk moment van de dag langskomen, altijd werden ze gul ontvangen, behalve wanneer hij de lucht schilderde. ‘Hij mag nu niet worden gestoord’ zei zijn vrouw dan, ‘want weet u, het schilderen van de lucht is voor hem net een kerkdienst’. Wolken waren voor Friedrich meer dan wolken, ze waren geladen met het goddelijke. Om zijn aanwezigheid draaglijker te maken, heeft God zich gehuld in wolken.

Even kwam het zelfs tot een soort Widergutmachung met Goethe. De dichter uit Weimar had namelijk net kennisgenomen van de wolkentheorie van de Engelsman Luke Howard, die als eerste een indeling van de wolken beschreven had: stratus, cumulus, cirrus, je weet wel. Goethe wou dat Friedrich drie schilderijen maakte van de verschillende wolkentypes. Na enige aarzeling heeft Caspar geweigerd: nee, aan dat spelletje wou hij niet meedoen.

In 1994 vond er in de Schirn Kunsthalle van Frankfurt, vlak achter de dom, een opzienbarende kunstroof plaats. Dieven konden er in opdracht van een Joegoslavische onderwereldfiguur, in het milieu gekend als ouwe Steffan, twee schilderijen van William Turner ontvreemden, en aangezien tussen de twee Turners toevallig Friedrichs Nebelschwaden hing en er blijkbaar nog plaats was in hun grote tas, namen ze die Friedrich ook maar mee. Een spectaculaire kunstroof met even spectaculaire gevolgen: alle schilderijen werden negen jaar later, in 2003, teruggevonden, maar de verzekering had intussen de gestolen werken al vergoed en met dat geld, 1,5 miljoen euro, had het museum al andere aankopen gedaan, zodat het verzekerde bedrag niet kon worden terugbetaald.

Voor Friedrich, laat dat duidelijk zijn, woont God achter de wolken, zoek er maar een vorm van christelijke mystiek in, maar er is meer: voor de schilder van vuur, water, aarde en lucht zijn wolken ook de afspiegeling van het menselijk gemoed, dat even vaak kan veranderen als voorbijdrijvende wolken.

Florian Illies maakt tussenin een uitstapje naar twee andere wolkenschilders: John Constable en de eerdergenoemde Johan Christian Clausen Dahl. Voor deze laatste heeft Friedrich het grootste respect. Als zijn zoon eens met zijn vader het wonder van het avondlicht aanschouwt, zegt Gustav Adolf Friedrich dat hij zulke hemels wil leren schilderen, waarop zijn vader antwoordt: je kunt het beter niet van mij leren, ga liever een kijkje nemen bij Dahl.

En dan komt (eindelijk) de beschrijving en het verhaal van Friedrichs beroemdste schilderij: Der Wanderer über dem Nebelmeer, de wandelaar boven de nevelzee. Gedurende meer dan een eeuw bleef het werk verborgen. Pas in 1937 ontdekt kunsthandelaar Wilhelm August Luz het schilderij in een door de nazi’s in beslag genomen Joodse kunstverzameling en begint de mysterieuze reis van het doek van de ene kunsthandelaar naar de andere familiecollectie tot het ten slotte in 1970 in de Kunsthalle van Hamburg belandt. Der Wanderer is ongetwijfeld het meest symbolische werk van Caspar David Friedrich. Als ik een afbeelding ervan zie, moet ik altijd denken aan die laatste regel uit Schuberts lied Der Wanderer: ‘Dort, wo du nicht bist, dort ist das Glück!’, kan het nog romantischer? Zeer onder de indruk van dat schilderij was bijvoorbeeld de Oekraïense schilder Kazimir Malevitsj. Een man die niet onder, maar boven de wolken staat, dat was revolutionair. En wie is die eenzame wandelaar die daar is geportretteerd? Geen opdrachtgever zou zich op de rug laten afbeelden? Wie weet, schrijft Illies, zien we daar niet de Mönch am Nebelmeer? En in een nawoord onthult de schrijver dat zijn boek ‘bewust geschreven is op de plaatsen waar Friedrich de meeste tijd van zijn leven heeft doorgebracht’. Op het einde van ‘Betoverende stilte’ vinden we nog een beknopte chronologie van deze grootste Duitse schilder van de XIXe eeuw

Voor alle afbeeldingen van de schilderijen van Caspar David Friedrich: zie www.kunstkopie.nl

Synopsis

Levensverhaal van de beroemde Duitse kunstschilder (1774-1840), met speciale aandacht voor de invloed van zijn werk tegen de achtergrond van tweehonderdvijftigjaar Duitse geschiedenis. Met kleurenafbeeldingen.

Bart Madou
Leestip van Bart Madou
… cortesia, een bepaalde 'hoffelijkheid' die je moet opbrengen bij het lezen van een boek. (G. Steiner)

Betoverende stilte : Caspar David Friedrichs reis door de tijd
Titel:
Betoverende stilte : Caspar David Friedrichs reis door de tijd
Auteur:
Florian Illies
# pagina's:
236 p. : ill.
Uitgeverij:
Alfabet uitgevers
ISBN:
9789021343105
Materiaal:
Boek
Onderwerp:
Duitsland ; geschiedenis
Aanbevolen voor:
meeslepend,
verrassend

Gerelateerde leestips